Erfgoed als hefboom voor klimaatrobuuste toekomst [praktijkvoorbeeld]
Het project 'Water en Land' verbindt erfgoed en klimaatoplossingen.
De gevolgen van droge zomers, lage grondwaterstanden en overstromingen zijn actueler dan ooit. Waterbeheer en ecologische duurzaamheid vragen om nieuwe visies en samenwerkingsvormen. Toch blijft de expertise uit erfgoedgemeenschappen vaak onderbenut: immaterieel erfgoed wordt nog al te vaak als folkloristisch of nostalgisch gezien. Met het project ‘Water en Land’ toont Centrum voor Agrarische Geschiedenis (CAG) hoe erfgoedpraktijken een inspirerende, verbindende en soms verrassend innovatieve rol kunnen spelen in duurzaam waterbeheer, biodiversiteit en bodemvruchtbaarheid. Immaterieel erfgoed is immers niet alleen het verleden, maar ook de toekomst.
Brede benadering
‘Water en Land’ startte als een pilootproject, met ruime gelegenheid voor experiment en verdieping. De aanpak was bewust breed: gedurende drie jaren focuste het team op actuele thema’s: waterbeheer, behoud van biodiversiteit en bodemvruchtbaarheid. Voor elk thema werkten Centrum Agrarische Geschiedenis en projectpartner Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland nauw samen met erfgoedgemeenschappen, onderzoekers, beleidsmakers.
Het project ging op zoek naar hoe immaterieel erfgoed een hefboom kan vormen in actuele klimaatuitdagingen, en vond vier centrale aandachtspunten:
- Mentaliteitswijziging: erfgoed moet niet als hinderpaal, maar als deel van de oplossing worden benaderd.
- Samenwerking: co-creatie tussen diverse sectoren is noodzakelijk om hokjesdenken te doorbreken.
- Beleidsaanpassing: traditionele technieken, zoals composteren of haagleiden, verdienen een plaats in beleidsplannen, maar regelgeving blijft een uitdaging.
- Onderbouwing met onderzoek: wetenschappelijke data over lokale effecten zijn cruciaal om de waarde van erfgoedpraktijken aan te tonen.
Nieuwe functie voor oude technieken
Gedurende het project werden vijf praktijkvoorbeelden onderzocht waarbij oude kennis en tradities een vernieuwde rol kregen in duurzaamheidsinitiatieven. Zo werd bij graslandbevloeïing zichtbaar hoe traditionele bevloeiingstechnieken zorgen voor een veel betere bodemgezondheid en vergroten van de biodiversiteit, doordat water langduriger in het land blijft en de bodem vochtig houdt.
Bij de watermolenlandschappen, waar molens oorspronkelijk werden gebruikt om graan te malen, is de functie van de molens aangepast: ze draaien - en vooral, stuwen - nu om de valleilandschappen te vernatten en zo overstromingen te reguleren, wat een belangrijke bijdrage levert aan klimaatadaptatie.
Het haagleiden werd oorspronkelijk ingezet om dieren binnen of buiten landbouwpercelen te houden, maar wordt nu vooral beoefend vanwege de ecologische meerwaarde. De gevlochten hagen bieden beschutting aan diverse kleine diersoorten en bevorderen de plantendiversiteit.
Bij het imkeren is de focus verschoven van simpelweg honingproductie naar het versterken van lokale biodiversiteit door het creëren van gunstige leefomstandigheden voor honingbijen en wilde bestuivers. Imkers werken daarbij bijvoorbeeld samen met gemeenten voor de aanplant van geschikte planten op de meest aangewezen plaats.
Tot slot kreeg composteren, een traditionele landbouwtechniek, een heropleving in de context van regeneratieve landbouw om bodemvruchtbaarheid te verbeteren en chemische meststoffen te verminderen. Bij elk voorbeeld kregen oude technieken een aangepaste of geheel nieuwe functie die bijdroeg aan duurzaamheid.
Samenwerking loont
Internationaal is de animo voor erfgoed en duurzaamheid groot, maar in Vlaanderen en Nederland is regelgeving vaak versnipperd en ontbreekt structurele aandacht in sectoroverschrijdende plannen. Samenwerking binnen het project bleek keer op keer waardevolle resultaten op te leveren, zelfs wanneer die over de grenzen van sectoren heen ging. Het brede, thematische karakter van het pilootproject leidde tot een rijkdom aan inzichten, maar toonde ook hoe belangrijk het is om per praktijk voldoende tijd en diepgang te voorzien voor blijvende impact. Tegelijk werd duidelijk dat flexibiliteit onmisbaar blijft: het vermogen om plannen bij te sturen en te heroriënteren verhoogde niet alleen de relevantie van het project, maar zorgde ook voor draagvlak bij alle betrokkenen.
Het pilootproject kende ook een aantal uitdagingen. Het samenbrengen van alle partners bleek organisatorisch complex. De uitwisseling gebeurde daardoor meer in kleine groepen en via individuele interviews dan in de geplande grootschalige focusgroepen.
Krachtige hefboom
‘Water en Land’ krijgt brede (internationale) erkenning. Collega Chantal Bisschop mocht het werk presenteren op UNESCO-conferenties, en het team won de prestigieuze ‘Ultima’ voor immaterieel erfgoed. Dit bevestigt dat erfgoed allerminst een stoffige aangelegenheid is, maar juist een krachtige hefboom vormt voor toekomstgericht landschap- en milieubeheer.
CAG bracht het project helder in beeld via filmpjes over elke praktijk, informatieve brochures, een documentaire en podcasts. Deze materialen worden inmiddels breed verspreid binnen de erfgoedsector, bij beleidsmakers en in het onderwijs, waar ze als waardevolle inspiratie dienen. Hoewel de contactdag in oktober 2025 de officiële afsluiting markeerde, integreert CAG de aanpak en inzichten structureel in de basiswerking. Zo blijft ‘Water en Land’ een levendige inspiratiebron en motor voor duurzame ecologische transities.
Drie waardevolle inzichten
- Samenwerking is cruciaal en levert verrassende inzichten op: Door diverse partners met verschillende achtergronden samen te brengen, ontstond een veelheid aan perspectieven en ideeën. Deze co-creatie en intersectorale samenwerking zijn onmisbaar om tot effectieve en draagvlakrijke klimaatrobuuste oplossingen te komen.
- Erfgoed vraagt om een mentaliteitswijziging: Immaterieel erfgoed wordt vaak als folkloristisch of achterhaald gezien, terwijl het juist een sterke hefboom is voor toekomstgericht landschapsbeheer. Het project toonde aan dat erfgoed een verbindende en vormende rol speelt in klimaatadaptatie en duurzame ontwikkeling.
- Flexibiliteit en onderzoek zijn noodzakelijk: Om het project doeltreffend te maken, was het vermogen om plannen bij te sturen en te experimenteren essentieel. Bovendien is wetenschappelijke onderbouwing belangrijk om erfgoedpraktijken geloofwaardig te maken en beleidsmatig te verankeren.
Gouden raad
Durf je project bij te sturen, heroriënteer als het nodig is en laat ruimte voor experiment. Leg het accent op de dynamiek van erfgoed en de meerwaarde die lokale kennis en tradities kunnen bieden voor actuele en toekomstige vraagstukken. En vooral: vergeet niet dat erfgoed niet alleen naar het verleden verwijst, maar actief bijdraagt aan een duurzame toekomst.
Erfgoed is meer dan verleden. Het is ook toekomst, het is innovatie, het is samen doen. Wie met open blik kijkt, vindt in traditie en vakmanschap inspirerende antwoorden op de klimaatuitdagingen van vandaag en morgen.
Bekijk de documentaire over Water en Land
Over Laura Danckaert
Laura Danckaert werkt als stafmedewerker immaterieel erfgoed bij CAG, na acht jaar ervaring als projectmedewerker. Haar drijfveer is maatschappelijke relevantie: “Erfgoed is altijd in beweging en kan een cruciale rol spelen in de dynamiek van ons landschap en onze omgang met klimaatuitdagingen.”
Over het Centrum Agrarische Geschiedenis (CAG)
CAG is het Vlaams kenniscentrum voor agrarisch erfgoed en richt zich op het bestuderen, bewaren en activeren van materieel en immaterieel erfgoed uit landbouw, voeding en landelijk leven. Het centrum ondersteunt musea, archieven en erfgoedgemeenschappen met advies, onderzoek en publiekswerking, en werkt samen met een breed netwerk aan duurzame, inclusieve toekomstprojecten.
'Water en Land' wordt opgevolgd door een internationale, diverse klankbordgroep met vertegenwoordigers van de volgende organisaties: Agentschap Onroerend Erfgoed, Antwerp Cultural Heritage Sciences - Universiteit Antwerpen, Centre Connecting Humans and Nature - Universiteit Nijmegen, Instituut voor Landbouw-, Visserij-, en Voedingsonderzoek, Meertens Instituut, Pulse Transitienetwerk , Vlaamse Landmaatschappij, Vlaamse Milieumaatschappij, Regionaal Landschap Rivierenland, Stichting Wageningen Research - Wageningen Environmental Research, Werkplaats immaterieel erfgoed. Dit project wordt gerealiseerd met steun van de Vlaamse overheid.
Dit artikel werd geschreven door Dirk Vandervelden (Curieux Communicatie).