Ga verder naar de inhoud

Inspiratie: De blik van Nina Maat

26.04.2023

"Een duurzame cultuursector? Een expo over het klimaat is niet de oplossing"

Hoe ziet de toekomst van de cultuursector er volgens jou uit? OP/TIL vroeg me een visie uit te schrijven over waar natuur en cultuur elkaar ontmoeten. Een  niet te onderschatten opdracht. Een logische vraag aan iemand die  vooral in de ‘milieusector’ werkt. Een gekke vraag voor ‘een vreemde  eend’ in de cultuursector. Ik proefde slechts even van een deeltje van  de culturele scene in Vlaanderen. Dit door zelf een pop-upmuseum over circulaire economie op te richten.

Hoe kan de cultuursector de natuur integreren in zijn werking? Ik probeer vanuit mijn ervaringen, enkele aanbevelingen te doen.

Disclaimer: ik ga geen tips & tricks geven voor het aanpassen van  je programmatie en publiekswerking. Want net zoals het landbouwsysteem,  het economisch systeem en onze relatie met de natuur, is ook de cultuursector toe aan een serieuze update. Een paar liefelijke acties zullen het verschil niet maken. We beginnen beter bij het begin.

Natuur en cultuur zijn 1 geheel

Antropocentrisch wereldbeeld

De natuur is rijk aan biodiversiteit: geen enkel ecosysteem bestaat uit slechts 1 soort.  In het water, op het land en in de lucht zien we hoe verschillende  organismen van elkaar afhangen. Het belang ervan wordt in het Westen  alsmaar duidelijker. Niet de corona- of de klimaatcrisis, maar de biodiversiteitscrisis zal de grootste uitdaging zijn omdat  we er zo afhankelijk van zijn. Die afhankelijkheid botst met ons  antropocentrisch wereldbeeld, waarbinnen we verwachten dat alles ons ter  beschikking staat.

Dat wereldbeeld heeft ons serieus in de problemen gebracht. Volgens het Global Footprint Network  heeft de Belg meer dan 4 aardbollen nodig om in zijn behoeftes te  voorzien. Dit in tegenstelling tot groeperingen die beter in harmonie  leven met de natuur. Iemand uit Nieuw-Guinea komt bijvoorbeeld toe met 1 aardbol. Zoiets kan je niet alleen afleiden uit emissies of materialenvoetafdruk per persoon. Maar ook uit taal.

Taal en wereldbeeld

Sommigen culturen hebben meerdere woorden voor eenzelfde begrip omdat  het van belang is voor hun manier van leven. De Schotten hebben  bijvoorbeeld een uitgebreide woordenschat voor sneeuw. Terwijl andere  culturen juist geen woord hebben voor de natuur, omdat ze het niet als iets aparts zien. Dat illustreert ook de discussie rond het woord spirit animal,  zogezegd afgeleid van de cultuur van de oorspronkelijke inheemse  bevolking op het Amerikaanse continent. De inheemse bevolking gebruikt  het woord niet, maar ze hebben wel een sterke connectie met de natuur. Het woord spirit animal is een Westerse uitdrukking, die kapitalisme in de hand werkt door te verschijnen in producten en liedjes. 

Afkijken van de natuur

Het Westen had beter afgekeken hoe die relaties tussen mens en natuur vorm krijgen en elkaar in stand houden. Want enkel wanneer de natuur ruimte krijgt, kunnen we haar vruchten blijven plukken.

In België zou de cultuursector ook in al haar diversiteit moeten  kunnen bloeien. Wat nu niet het geval is. Slechts een paar grote  instellingen of cultuurstromen worden als relevant gezien. Jonge kunstenaars, alternatieve kunstvormen of kleinschalige projecten krijgen niet de kans volop te bloeien. Door  juist diversiteit naar waarde te schatten, ontstaat er ruimte om  ‘duurzaam handelen’ en thema’s als ‘natuurbeleving’ in de algemene  werking te integreren. Niet als sporadische activiteit om de relevantie van een organisatie te legitimeren.

Net zoals in bosbeheer kan het interessant zijn om in een  dichtbegroeid bos een aantal bomen weg te halen. Zodat er ruimte is om  het zonlicht te laten stralen op de bodemlaag, opdat ook jonge scheuten  de kans krijgen zich te ontwikkelen. Hassan Al-Hilou, die zich focust op jongerenontwikkeling, opperde een interessant idee. In plaats van grote instellingen geld te geven, gaat het geld rechtstreeks naar de jongeren zelf. Zij kiezen hoe zij zich ermee ontwikkelen. Dit soort ideeën zouden ook welkom zijn in de cultuursector.

“Net zoals in  bosbeheer kan het interessant zijn om in een dichtbegroeid bos een  aantal bomen weg te halen. Zodat ook jonge scheuten de kans krijgen zich  te ontwikkelen.”

Een culturele instelling is van en voor burgers 

Vandaag, niet morgen

Dat er al verschillende grapjes circuleren op sociale media, over  musea die staan te popelen om tentoonstellingen over klimaatactivisme te  organiseren, zegt genoeg. De realiteit dat dat pas over enkele jaren  kan, wegens drukke agenda’s, is pijnlijk. Jonge kunstenaars en  activisten, die er nu mee bezig zijn, niet betrekken, doet zeer (ze  moeten zich al vastkleven aan een kunstwerk). Nog erger zijn  instellingen die sporadisch ingaan op externe events. Ze werken samen  met klimaatgroeperingen, uit angst voor een kleefpartij. Maar ze gaan  geen duurzame relaties aan met andere kleinere cultuur- en duurzame  initiatieven.

Sta open voor dialoog

Het wijst op weinig flexibiliteit en ruimte om als instelling visie te vormen en de algemene doelstellingen na te streven, om effectief van en voor het publiek te zijn.  Wat bedoel ik hiermee? Ten eerste dat je zou denken dat aangezien we  via belastingen allemaal bijdragen aan de cultuursector, de  cultuursector ook voor iedereen open staat. In mijn queeste om via  cultuur mensen te sensibiliseren over onze natuur, heb ik verschillende  culturele instellingen gecontacteerd met de open vraag om eens samen te  zitten, om te zien hoe we konden samenwerken. Hierbij stuitte ik op ‘wij moeten eerst vragen aan de overheid of we wel in dialoog met jou mogen’, tot ‘er is geen ruimte meer voor jouw project in deze stad’, of gewoon geen reactie.

Dit laatste was eigenlijk dan nog het meest sympathiek. Ik denk dat  de angst rondom financiële middelen hier snel de kop opsteekt. Ten  tweede mag de cultuursector dus meer open staan voor dialoog.  Als je in dialoog gaat, kan je ook zien hoe je op andere manieren kan  samenwerken door het verlenen van materiaal, ruimtes… Het zoeken naar  synergieën kan een leuke en creatieve zoektocht zijn.

Natuur floreert bij voldoende ruimte en de juiste hoeveelheid voedingsstoffen

In plaats van in te zetten op een sporadische natuuractiviteit moet  heel de werking duurzaam zijn. Zodat alle actoren kunnen meewerken met  voldoening. Dat begint ten eerste in hoe je met personeel omgaat (of hoe juist niet zoals recentelijk duidelijk werd in het Museum van Schone Kunsten van Brussel). Een culturele plek zou een diverse en inclusieve plek moeten zijn, waar iedereen ruimte krijgt om creatief aan de slag te gaan en bureaucratie geen vertraging op de werking heeft.

Ten tweede moet de werking van een organisatie zo gebeuren dat creatievelingen terug zin krijgen samen te werken, dat ze weten waar ze aan toe zijn indien dit het geval is, zodat ze eigenaarschap hebben over hun eigen werking. Vaak zijn er slechte afspraken die leiden tot misnoegdheid.

Ten derde is het contact met het publiek van belang.  Weet wie je als organisatie wil bereiken en al bereikt. Voor een  nichekunstenaar is dit anders dan voor een grote instelling.

Tenslotte, is de relatie met de omgeving ook van belang. Hier hoef je het warm water niet uit te vinden. Vraag je af hoe energie-efficiënt je gebouw  is. Heb je al nagedacht over een beleid rond het transport van je  werknemers? En bekijk ook met welk materiaal je aan de slag gaat.

Cultuur floreert ook bij voldoende kruisbestuiving  

Echt en oprecht

Duurzaam werken, betekent ook ‘waarachtig’, ‘echt en oprecht’ ergens werk van maken. Niet omdat het hip of trendy is, of omdat het goed staat… En als je dat doet, dan leg je vanzelf linken met andere sectoren of domeinen.  Net zoals in de natuur zorgt kruisbestuiving voor een regeneratief  systeem. Waar de financiële wereld zich baseert op cijfers, heeft  cultuur de luxe een keuze te maken uit verschillende maatschappelijke  vraagstukken. En daar de dialoog over milieu- en klimaatkwesties vaak  doorgetrokken kan worden naar ongelijkheid, kapitalisme en liberalisme,  zijn er opties genoeg.

Hou jezelf een spiegel voor

Een schoolvoorbeeld is het werk van Andy Warhol. Op het eerste  gezicht is er geen link met natuur. Maar door de consumptiemaatschappij  via kleurrijke beelden op ons netvlies te drukken, zet het de toeschouwer aan tot nadenken over onze manier van leven.  Fauna en flora afbeelden is dus niet altijd nodig. Daar is de recent  uitgekomen Avatar-film een voorbeeld van. De film verbeeldt de connectie  tussen mens en natuur zo mooi, dat een kennis besloot veganist te  worden. Ik vraag me af hoeveel dierentuinen dat effect al hebben gehad.

Ook Jane Goodall, die minister Ben Weyts vraagt dolfinaria te  sluiten, is deel van de dialoog. Bijdragen aan waardering voor de  natuur, kan op verschillende manieren. En dat is de sterkte van de culturele sector.

Voorkom een art drain 

Dat er nood is aan dialoog, wordt steeds duidelijker. Subsidies voor  cultuur vallen weg, politici minimaliseren het werk van creatievelingen  of leggen de lat zo hoog dat enkel (dode) kunstenaars die in grote musea  hangen de referentie zijn. Frappant, aangezien de covid-crisis heeft aangetoond hoe belangrijk cultuur voor ons allemaal is.

Nochtans wijst de basismissie op het departement cultuur wel de juiste richting op. Namelijk het stimuleren van culturele en sociale ruimtes die op verschillende manieren in dialoog en interactie gaan, op lange termijn.

Toch is er nood aan het heronderstrepen van het belang van de cultuursector in al zijn vormen.  Pas van zodra dat er is, kan gekeken worden hoe haar beter te  ondersteunen zodat ze haar ruimte volwaardig kan innemen. Zo niet,  riskeren we een brain drain. Dit kan al opgemerkt worden door  bijvoorbeeld kunstenaars die van Antwerpen naar Gent trekken om  hun  projecten leven te geven.

Zeg ‘neen’ tegen gratis werk

De tijd dat je als organisatie mag denken dat het bieden van een podium evenwaardig is aan geld, is voorbij.  Niet alleen omwille van de economische realiteit waarin we leven.  Iedereen moet gewoon de facturen kunnen betalen. Ook omdat grote of  bepaalde instellingen niet meer zo gekend zijn bij bepaalde mensen.  Onder andere door sociale media is cultuur sneller gedifferentieerd.

Er is nu niet enkel een bibliotheek, een cinema, een theater en een  museum. Burgers beginnen zichzelf te groeperen los van deze  instellingen. Waar de één fan is van een nationaal museum, zijn  nichedesigners of sociale media met verschillende influencers het  toppunt voor de ander.  Mijn droom om een eigen museum op te zetten, betekent niet dat ik gratis voor andere musea wil werken.  De droom is ontstaan uit reactie op de werking van musea waar ik vaak  zaken mis. De enige instituten waar ik nu bijvoorbeeld gratis voor zou  werken zijn Beyoncé en Missy Elliot en ga zo maar door. Terwijl dat voor  een ander evengoed een stripmuseum of tekenacademie kan zijn.

Is er een gebrek aan budget? Dat komt vaak voor. Communiceer hier dan over en bekijk hoe je elkaar kan helpen, zodat de samenwerking voor iedereen aangenaam is. De grens tussen hoe en welke creativiteit verloond wordt, en welke niet, is dun. Wees dus transparant in je communicatie.

Klim uit je ivoren toren en ga in dialoog

Niet alleen geld speelt mee, ook het leven in een bubbel is een hindernis voor een duurzamere cultuursector.   Zo zitten grote cultuurhuizen vaak in een ivorentoren en kijken ze pas  uit het raam nadat ze op sociale media wit worden gemaakt (KMSKA).  Evengoed claimen jonge initiatieven een divers publiek te bereiken,  terwijl er vaak gecaterd wordt voor eigen publiek. Het  gemeenschappelijke tussen deze actoren is dat het ons-kent-onsprincipe  geen angst heeft de kop op te steken. Zo af en toe verder kijken dan de neus lang is, kan helpen de eigen werking een kritische spiegel voor te houden.

Ga de dialoog over ‘cultuur over alles en voor iedereen’ aan. Moet  alle kunst inclusief, educatief zijn én een connectie met de natuur  bevatten? Hoe meet je de waarde, via aantal bezoekers, verkochte werken  of economische impact? Deze vragen kunnen een kader vormen voor een nieuwe generatie.

Geen one-size-fits-all-oplossing

Samenvattend ligt de oplossing dus niet in af en toe een activiteit  rond milieu of klimaat te doen. Door het debat aan te gaan rond  bovenstaande puntjes zou er een beter kader moeten komen. Zodat alle  actoren beter weten waar ze aan toe zijn. Cultuur kan pas zegevieren als ze in haar biodiversiteit kan floreren. Hierbij is het belangrijk respect en transparantie na te streven met voldoende communicatie.

Wie is Nina Maat?

Vanuit haar geloof om de transitie naar een duurzame planeet te  versnellen, richt Nina Maat zich op het opschalen van de circulaire  economie. Dit doet ze door culturele bruggen te bouwen. MUCE, het eerste pop-upmuseum over circulaire economie is hier een voorbeeld van. 

Dit artikel werd geschreven door Nina Maat in opdracht van OP/TIL in het kader van hun project ‘Cultuur & Natuur’. Blijf via hun modderige nieuwsbrief op de hoogte van acties en inspiratie over dit thema.